ppp? Pittige Peter Pen

Peter Diem

Opeens staat hij dan weer voor de deur. Peter Diem, de onmogelijke charmante kunstenaar. Hij heeft weer een nieuw project… voor een goed doel. Doe je mee, Helena? ‘Ja, ik ga weer met je mee in deze’; hoor ik mezelf zeggen. Yep, weer ingepakt. We zien wel wat ervan komt. Eerlijk is eerlijk we gaan er plezier aan beleven en dat is een hoop waard.

Hij is in zijn goede doen en gaat zitten en vertelt zijn verhalen. Soms wil hij uitwijden dat hoeft niet ik loop al langer met hem mee. Een periode heb ik dat erg intensief gedaan en weet dus. Mijn geheugen doet het goed wat overigens niet door iedereen gewaardeerd wordt. Ik heb gehoord dat het ook knap ververlend is om alles te onthouden. En vooral nutteloos in kringen waar mensen heel graag vergeten. Ze gaan je gewoon mijden dan. Peter niet.

Hij vertelt zijn idee over het project. Dat kan hij als geen ander, beeldend vertellen hoe het moet worden. Hij neemt me mee, ik zie het gebeuren. ‘Je kan het altijd zo goed beeldend vertellen’; zeg ik hem. Hij zegt; ‘Ja, het zit allemaal in mjn hoofd. Maar jij kan pittig, soepel schrijven, eigenlijk heb je een Pittige Peter Pen”. We kijken elkaar aan en lachen. Gelukkig, in mijn kwaliteiten zit hij in ieder geval ook vermeld.

 

Advertenties

even stuurloos… Marokaan helpt

short-stay Prinsengracht 969

We, 3 zonen en ik, hadden heerlijk geschaats op de Jaap Edenbaan. Wat een luxe. De werkdag was bijna ten einde. Het werd al donker. Iedereen haastte zich richting thuis. Ook wij, moe en voldaan van de activieiten. Het was druk op het fietspad. Mijn oudste zoon wil naast mij fietsen. Zijn twee broertjes heb ik bij me in mijn bakfiets. Het is te druk op het fietspad we fietsten op de hoogte waar Theo van Gogh is overleden. Ik moet er altijd aan denken als ik daar fiets, wat is het toch een rare wereld waarin we leven.

Opeens haakt het stuur van mijn oudste zoon zijn fiets vast aan  mijn fietsstuur. Beide hebben we geen controle meer en vallen. Direct zorgen over de jongens… Gelukkig, ze zijn alle drie ongedeerd. We proberen de fietsen uit elkaar te krijgen die door de val een eenheid zijn geworden. Het lukt niet.

Er komt een man aansnellen om ons te helpen. Hij stond op de tram te wachten en zag het gebeuren. Hij toont zijn medeleven en helpt resoluut de fietsen te scheiden. Ik ben hem dankbaar en kijk hem met volle vertrouwen en oprechte warmte in zijn vriendelijke bruine ogen. “Dank u wel!”; zeg ik. “Ach het is niets, gaat het echt wel met u? Ik zag het gebeuren, de kinderen hebben gelukkig niets”; antwoordt hij. Ik vertel hem dat het echt goed gaat, bedank hem nogmaals en we stappen weer op.

De tram komt eraan, die mist hij door ons.

Mijn middelste zoon zegt; “Wat een lieve meneer, mam, is dit een Marokaan waarvan die man met het ‘nep witte haar’ zegt dat hij hier niet mag zijn om te helpen?”